Nagenoeg twee derde (65%) van Belgische organisaties werd de afgelopen twee jaar geconfronteerd met financieel-economische criminaliteit

Cybercriminaliteit blijft de meest voorkomende vorm (53%)

 

PwC heeft de laatste resultaten van haar Global Economic Crime and Fraud Survey 2018 genaamd “Fraude uit het schemergebied halen” bekendgemaakt. Voor dat onderzoek werden gegevens verzameld bij meer dan 6300 deelnemers, waaronder 62 Belgische respondenten. Uit de belangrijkste punten voor België kan worden opgemaakt dat:

  • 65% van de respondenten in België is de afgelopen twee jaar geconfronteerd met financieel-economische criminaliteit, tegen 45% in 2016
  • 30% schat de financiële impact op een bedrag dat ligt tussen $100.000 en $1.000.000
  • 27% van financieel-economische criminaliteit wordt gepleegd door interne betrokkenen
  • 66% van cybercriminaliteit is het resultaat van phishing

De resultaten bevestigen het grotere bewustzijn en begrip van de verschillende soorten fraude, daders, de rol van technologie en de mogelijke impact en kosten voor een onderneming die het slachtoffer is geworden van fraude. “De hogere niveaus van de gemelde criminaliteit zijn niet te vergelijken met hogere niveaus van de daadwerkelijke criminaliteit,” aldus Rudy Hoskens, hoofd Forensisch onderzoek en Partner bij PwC België. “De onderzoeksresultaten maken duidelijk dat het inzicht in wat fraude precies betekent en waar het plaatsvindt aanzienlijk is verbeterd. Dat geldt met name voor cybercriminaliteit, waar de kennis over de problematiek, onderzoeken en analyses veel groter is, en waar meer wordt geïnvesteerd in toezicht en preventiebeleid.”

Financieel-economische criminaliteit blijft een aanhoudende dreiging

De meest voorkomende vorm van financieel-economische criminaliteit in België is cybercriminaliteit (53%), dat globaal gezien de tweede plaats inneemt (31%) na witwassen van geld (45%). Geldverduistering staat in België op de tweede plaats, waarmee volgens het onderzoek 30% van de respondenten werd geconfronteerd. Consumentenfraude staat op de derde plaats, globaal gezien en ook in België. Die vorm van economische criminaliteit behoorde voor het eerst tot de antwoordmogelijkheden. “Een fors percentage van de ‘externe’ daders (bij 70% van de gevallen komen de daders van buitenaf volgens onze Belgische respondenten) bestaat uit derden waarmee de onderneming regelmatig in contact staat: agenten, verkopers, service-providers, klanten, enzovoort. Met andere woorden, mensen en entiteiten waarbij je een zekere mate van wederzijds vertrouwen zou verwachten, kunnen de onderneming feitelijk bestelen,” voegt Hoskens toe. “In een onderneming moet iedereen waakzaam te werk gaan bij het wel of niet verlenen van toegang tot zijn computersystemen en processen. Technologie is van grote waarde voor bewakings- en opsporingsdoeleinden, maar wanneer het aankomt op het bestrijden van fraude, is de som van menselijke initiatieven waarschijnlijk veel groter dan die van het investeren in weer een andere technologie.”

Hoe worden Belgische ondernemingen aangevallen?

Hoewel cybercriminaliteit en geldverduistering de twee grootste vormen van financieel-economische criminaliteit blijven in België, zijn ze procentueel afgenomen ten opzichte van de resultaten van ons Global Economic Crime and Fraud Survey 2016. Het klopt dat alle soorten van financieel-economische criminaliteit de afgelopen twee jaar minder voorkwamen dan de twee jaar ervoor. Boekhoudkundige fraude is daarentegen gestegen in België: van 8% in onze onderzoeksresultaten van 2016 naar 10% in 2018. Globaal gezien steeg boekhoudkundige fraude dit jaar van 18% naar 20%.

  • Cybercriminaliteit: 53% (2016:65%)
  • Verduistering van, bedrijfsactiva: 30% (2016: 50%)
  • Consumentenfraude: 28%
  • Fraude bij openbare aanbestedingen: 18%. (2016: 19%)
  • Bedrijfsvoering/wanbeheer: 13%
  • Omkoping en corruptie: 10% (2016: 15%)
  • Boekhoudkundige fraude: 10% (2016: 8%)

Opsporen en bestrijden van financieel-economische criminaliteit

Ons onderzoek toont aan dat bedrijfstoezicht het meest bijdraagt aan de opsporing van fraude, waarbij 47% van de respondenten in België (52% globaal) aangeeft dat de meest ontwrichtende fraude in eerste instantie door deze methode werd opgespoord. Daarentegen wordt een aanzienlijk deel van financieel-economische criminaliteit (België: 26%; globaal: 27%) ook opgespoord door meldingen of hotlines – een tendens die waarschijnlijk zal blijven groeien, gezien de toenemende aandacht voor klokkenluidersmeldpunten.

Nagenoeg de helft (47%) van de ondernemingen in België heeft de laatste twee jaar meer geld geïnvesteerd in de bestrijding van financieel-economische criminaliteit (globaal 42%). Echter, ondanks een snelle toename van fraude en de stijgende alomtegenwoordigheid van technologie, is meer dan de helft van zowel de Belgische als de globale respondenten niet van plan de komende twee jaar meer uit te geven. “Ondanks het gestegen bewustzijn en het toegenomen aantal fraudemeldingen, blijven er blinde vlekken bestaan,” verklaart Hoskens. “Het aantal bedrijven dat geen algemene frauderisicobeoordelingen uitvoert blijft hoog, waarbij 49% van de Belgische respondenten aangeeft de afgelopen 24 maanden geen algemene frauderisicobeoordeling te hebben uitgevoerd – en 46% van alle respondenten.”

Cybercriminaliteit: De grootste Belgische bedreiging

Cybercriminaliteit is de meest voorkomende vorm van financieel-economische criminaliteit in België, waar 53% van de respondenten mee is geconfronteerd. Bovenal gelooft nagenoeg twee derde (62%) van de Belgische respondenten dat cybercriminaliteit de komende 24 maanden de meest ontwrichtende vorm van financieel-economische criminaliteit blijft, en andere vormen van criminaliteit ‘verslaat’. De meest gebruikte technieken van cybercriminelen zijn phishing (66%), malware (56%) en netwerkscannen (16%).

De grootste impact van cybercriminaliteit is de ontregeling van bedrijfsprocessen (31%), op de voet gevolgd door geldverduistering (28%). Slechts twee procent van de respondenten meldde ontvreemding van intellectueel eigendom. Zorgwekkend genoeg gaf 20% van de Belgische respondenten aan dat zij niet weten wat de exacte gevolgen zijn, wat beangstigend is omdat er sprake kan zijn van gegevensverlies of IP-diefstal.

Reden voor bezorgdheid is ook dat hoewel 66% van de Belgische respondenten de afgelopen 24 maanden heeft gewerkt aan cyberveiligheidsprogramma’s, waarna dergelijke programma’s werden geïnstalleerd door 55% van de respondenten (tegen 37% in 2016), slechts 35% aangaf de werking van hun plan te hebben beoordeeld.

“Fraude is het resultaat van een complexe combinatie van omstandigheden en beweegredenen, waarvan er slechts een paar kunnen worden opgelost door machines en technologie,” voegt Hoskens toe. “De financiële middelen die worden toegewezen aan opsporing en het tegengaan van criminaliteit – uit hoofde van technologie en bedrijfscultuur – stijgen, wat leidt tot een verveelvoudiging van het bewustzijn en tot effectieve fraudedetectie. Daarnaast blijft de algehele tolerantie voor wangedrag in ondernemingen en in de privésfeer afnemen. Kortom: de impact van fraude wordt niet langer beschouwd als een acceptabele kostenpost voor bedrijven.”

                                             ###