Wereldwijde investeringen in AI-infrastructuur bereiken tegen 2050 een recordbedrag van €27 biljoen, investeringen in België sterk afhankelijk van energie
%20(1).jpg)
Brussel, 6 oktober 2026 – Volgens de basisscenario’s in PwC’s Global Data Centre Outlook zullen de wereldwijde investeringen in AI-infrastructuur tegen 2050 oplopen tot een recordbedrag van €27,23 biljoen. De investeringen in AI-infrastructuur in België zijn sterk afhankelijk van de energievoorziening, de toegang tot chips en de noodzaak van digitale soevereiniteit.
Op jaarbasis zullen volgens PwC de kapitaaluitgaven voor datacenters naar verwachting stijgen van ongeveer €690 miljard per jaar in 2026 tot €1,55 biljoen per jaar in 2050. De Verenigde Staten, die een centrale rol spelen in het ecosysteem van geavanceerde chips, zullen naar verwachting bijna de helft (48%) van deze investeringen aantrekken, goed voor €13,01 biljoen. Azië-Pacific zal naar verwachting €7,07 biljoen aan cumulatieve kapitaaluitgaven vertegenwoordigen, aangevoerd door China en India, terwijl de aanpak rond soevereine AI de investeringen in Europa en het Midden-Oosten versnellen.
PwC’s Outlook identificeert vijf factoren die wereldwijd bepalen waar investeringen terechtkomen. De belangrijkste daarvan is energie, aangezien betaalbare, betrouwbare en koolstofarme elektriciteit op grote schaal voor veel markten de moeilijkste vereiste is om te realiseren. Ook connectiviteit, veiligheid, beleidszekerheid en maatschappelijk draagvlak, samen met toegang tot GPU’s (graphische processor/chip), zullen mee bepalen waar investeringen worden gedaan.
Voor België zal de grootste beperking waarschijnlijk niet het beschikbare kapitaal of de beschikbare grond zijn, maar wel de toegang tot elektriciteitsinfrastructuur. België heeft de kans om de volgende golf van Europese investeringen in datacenters aan te trekken, maar energie is een sleutelfactor die zal bepalen welk deel van die opportuniteit economisch en fysiek haalbaar is.
De vooruitzichten voor de Belgische elektriciteitsvoorziening kregen een nieuwe schwung door het terugdraaien van de kernuitstap en door de lopende gesprekken over het verlengen van de levensduur of het heropstarten van reactorcapaciteit. Volgens de experts van PwC België zullen de uitkomst van deze gesprekken, samen met de versterking van het elektriciteitsnet en de termijnen voor netaansluitingen, een wezenlijke invloed hebben op hoeveel van de verwachte investeringen België kan aantrekken en hoeveel ervan naar buurlanden zal verschuiven.
Maar, stellen ze, het debat is veel complexer dan enkel de vraag of België voldoende elektriciteit heeft. De beperkende factor voor de groei van datacenters in België is mogelijk niet het aantal elektronen dat beschikbaar is, maar wel de mogelijkheid om voldoende gegarandeerd vermogen te leveren op de juiste locatie, op het juiste moment en tegen een economisch haalbare kostprijs.
Hoewel België potentieel gunstig gelegen is tussen de traditionele Europese datacenterhubs Frankfurt, Londen, Amsterdam en Parijs, zetten netbeperkingen in verschillende buurlanden ontwikkelaars ertoe aan alternatieve locaties te onderzoeken.
De omvang van deze potentiële vraag is aanzienlijk. Volgens Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet, gaan de huidige aannames inzake adequacy en flexibiliteit uit van een stijging van de elektriciteitsvraag van datacenters met ongeveer 2,5 TWh tegen 2030 en 5,2 TWh tegen 2035 ten opzichte van 2024. In september 2025 meldde Elia dat de gereserveerde en toegewezen capaciteit voor datacenterprojecten tegen 2034 zou kunnen leiden tot 12,7 TWh extra jaarlijkse elektriciteitsvraag, tegenover 4,4 TWh in een eerder planningsscenario. Projecten die zich bij Elia in de fase van oriënterende studie bevinden, vertegenwoordigden nog eens 55 TWh. Deze cijfers weerspiegelen aansluitingsaanvragen en geen voorspeld verbruik, maar ze tonen wel de druk op het elektriciteitsnet.
Philip Lenders, energie-expert bij PwC België: “De Belgische elektriciteitsinfrastructuur werd ontworpen voor een heel ander vraagtraject. AI en digitale infrastructuur voegen nu een bijkomende belangrijke verbruiksvraag toe boven op bestaande energie-uitdagingen, zoals de elektrificatie van de industrie en de toenemende adoptie van elektrische voertuigen en warmtepompen. Investeringen in datacenters mogen daarom niet eenzijdig worden beoordeeld.”
Een land kan op nationaal niveau over een toereikende elektriciteitsvoorziening beschikken, terwijl het toch onmogelijk blijft om een project op een specifieke locatie aan te sluiten. Datacenters vergen grote hoeveelheden elektriciteit, vaak tientallen of honderden MW geconcentreerd op één locatie. Elia heeft uitdrukkelijk gewaarschuwd dat het aantal aansluitingsaanvragen nu aanzienlijk hoger ligt dan waarvoor het net oorspronkelijk werd ontworpen. De versterking van het net kan nieuwe transformatoren, onderstations, hoogspanningslijnen en uitgebreide vergunningsprocedures vereisen, die allemaal lange doorlooptijden met zich meebrengen.
“Daarom is het aangewezen om nieuwe datacenters te vestigen op locaties waar de energie-infrastructuur al aanwezig is, in plaats van te verwachten dat de energie-infrastructuur rond datacenter projecten wordt aangelegd,” besluit Philip Lenders.
Ruimte vinden voor de digitale infrastructuur van België
De beschikbaarheid van elektriciteit is slechts één element bij de keuze van een locatie. Een technisch haalbare locatie moet voldoende netcapaciteit combineren met passende planningsvoorwaarden, glasvezelconnectiviteit, geschikte oplossingen voor water en koeling, en voldoende ruimte voor onderstations en andere ondersteunende infrastructuur. In een dichtbebouwd land als België bestaat de uitdaging er niet alleen in beschikbare grond te vinden, maar locaties te identificeren waar al deze vereisten samenkomen.
De regionale ruimtelijke ordeningsstructuur van België voegt nog een extra laag complexiteit toe. Ruimtelijke ordening en vergunningverlening worden afzonderlijk georganiseerd in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Datacenters worden in de regionale planningskaders doorgaans niet als een afzonderlijke categorie van grondgebruik erkend, waardoor elk project moet worden beoordeeld aan de hand van de bestemmingsvoorschriften en planningsregels die op de voorgestelde locatie van toepassing zijn.
Datacenters worden doorgaans ondergebracht in bestaande industrie- of bedrijvenzones. Wanneer een voorgestelde ontwikkeling niet verenigbaar is met het toepasselijke plan, kunnen wijzigingen aan het planningskader, milieubeoordelingen en openbare raadpleging extra tijd en onzekerheid toevoegen aan het ontwikkelingsproces.
Daarnaast zien de experts van PwC ook een evolutie naar meer gedistribueerde cloudmodellen, waarbij edge-infrastructuur rekencapaciteit dichter bij gebruikers, apparaten en databronnen brengt. De herinrichting van infrastructuur door telecomspelers versnelt deze verschuiving en ondersteunt een lagere latentie, een grotere veerkracht en meer controle over waar gegevens en workloads worden verwerkt.
Deze complexiteit creëert ook een opportuniteit voor een beter gecoördineerde aanpak van locatiekeuze. Door voorrang te geven aan brownfields en bestaande industriële locaties waar energie- en digitale infrastructuur al aanwezig zijn, kan de druk op de open ruimte worden verminderd en kunnen projecten beter uitvoerbaar worden.
Het identificeren van een beperkt aantal locaties die klaar zijn voor datacenters, ondersteund door vroegtijdige coördinatie tussen ontwikkelaars, netbeheerders en overheden, kan België helpen zijn strategische positie om te zetten in investeerbare projecten, terwijl tegelijk de milieu-impact en de gevolgen voor lokale gemeenschappen worden beheerd.
Digitale soevereiniteit en chipvoorziening
Digitale en AI-soevereiniteit sturen investeringen naar betrouwbare infrastructuur die overheden en bedrijven meer controle, veerkracht en strategische flexibiliteit biedt. Voor België betekent digitale soevereiniteit eerder een rol binnen een betrouwbaar Europees ecosysteem dan nationale zelfvoorziening.
Investeringen in lokale datacenters en digitale infrastructuur worden nu al aangestuurd door hyperscalers, datacenteroperatoren, telecomaanbieders en nutsbedrijven, zowel lokaal als elders in Europa. In de toekomst zal een degelijke afstemming op de evoluerende Europese vereisten rond soevereiniteit, veerkracht en controle een steeds belangrijkere factor worden bij het aantrekken van investeringen in AI en digitale infrastructuur.
Ook de toegang tot geavanceerde chips zal mee bepalen waar investeringen in AI-infrastructuur terechtkomen.
“België is goed gepositioneerd als betrouwbare bestemming binnen de EU en de NAVO, met nauwe banden met belangrijke technologieproducerende landen en toegang tot de Europese interne markt. De meeste technologieoverdrachten binnen de EU kunnen plaatsvinden zonder exportvergunningen, met uitzondering van beperkte controles voor specifiek gevoelige goederen, terwijl de status van België als betrouwbare partner doorgaans de toegang ondersteunt tot technologie die buiten Europa wordt aangekocht,” zegt Eva Lakova, expert exportcontroles bij PwC België.
Hoewel de positie van België binnen een betrouwbaar Europees ecosysteem deze risico’s helpt beperken, kunnen wijzigingen in het beleid van leverancierslanden of geopolitieke verstoringen nog steeds gevolgen hebben voor de beschikbaarheid, prijzen en leveringstermijnen van de nodige apparatuur.
“Voorspelbare regelgeving, gediversifieerde toeleveringsketens en robuuste compliance zullen daarom belangrijk zijn om de positie van België als veilige en betrouwbare bestemming voor investeringen in AI-infrastructuur te behouden,” zegt Eva Lakova van PwC België.
Roeland Huyskens, expert kapitaalprojecten bij PwC België, besluit: “AI-infrastructuur wordt één van de belangrijkste uitdagingen voor kapitaalallocatie van de volgende generatie. Ze raakt aan technologie, energie, vastgoed, toeleveringsketens, regelgeving en financiering. Dit verandert de manier waarop infrastructuurinvesteerders moeten nadenken over kapitaalvereisten, risico’s en rendementen, en projectuitvoering.”
PwC-experts
- Roeland Huyskens, expert kapitaalprojecten
- Michiel De Keyzer, AI-expert
- Philip Lenders, energie-expert
- Eva Lakova, expert export controls
Nota voor de redactie
Alle bedragen in euro werden berekend volgens de euroreferentiewisselkoers van de Europese Centrale Bank op 3 september 2026. De referentiekoersen zijn gebaseerd op de dagelijkse overlegprocedure tussen de centrale banken in Europa en worden uitsluitend ter informatie gepubliceerd.
Over PwC’s Global Data Centre Outlook 2026–50
PwC gaf Oxford Economics de opdracht om de kapitaaluitgaven voor datacenters te modelleren ter ondersteuning van onze analyse. De studie bestrijkt 46 landen en gebieden, die samen het overgrote deel van de wereldwijde economische activiteit en investeringen in digitale infrastructuur vertegenwoordigen. Meer informatie over het rapport en de methodologie vindt u op www.pwc.com.
Over PwC
Bij PwC ondersteunen we klanten vertrouwen op te bouwen en zich heruit te vinden, zodat ze van complexe uitdagingen ook competitief voordeel halen. We zijn een technologiegerichte, door mensen gedragen netwerk met meer dan 364.000 medewerkers in 136 landen en 137 territoria. Door audit en assurance, belasting en juridisch advies, transacties en consultancy heen helpen we bij het opbouwen, versnellen en behouden van momentum. Lees meer over ons op www.pwc.com.
'PwC' verwijst naar het PwC-netwerk en/of een of meer firma’s die er deel van uitmaken. Elke firma is een afzonderlijke juridische entiteit. Zie www.pwc.com/structure voor meer gedetailleerde informatie hierover.
© 2026 PwC. Alle rechten voorbehouden.
Tess Minnens